Wat een startende marathonloper écht leert onderweg

“Run 40 before you’re 40.” Met die gedachte schreef Liese zich in voor haar eerste marathon: Brugge. Vlak parcours, vertrouwde omgeving, de ideale vuurdoop. Ze liep al halve marathons, trainde al jaren 2 à 3 keer per week en besliste om de sprong te wagen naar 42,195 km.

Wat volgde was geen heroïsch sprookje, maar een realistisch traject van plannen, puzzelen, twijfelen en groeien. Dit zijn de belangrijkste lessen die ze meenam uit haar eerste marathonervaring.

Les 1: Een marathon vraagt méér dan extra kilometers

De overstap van halve naar hele marathon betekent niet gewoon “dubbel zo ver”.

Liese verhoogde haar trainingsfrequentie naar vier keer per week, een logistieke uitdaging tussen werk en drie jonge kinderen, maar vooral: ze bouwde gestructureerd op.

De eerste 30 kilometer van haar marathon voelden verrassend goed. Dat was geen toeval, maar het resultaat van maanden consequente training.

Bouw geleidelijk op en volg een doordacht plan. Sneller willen gaan dan je basis toelaat breekt je vroeg of laat zuur op.

Les 2: Train je voeding, niet alleen je conditie

Gels en drinken tijdens het lopen? Geen favoriet onderdeel van de voorbereiding. Toch bleek het cruciaal te zijn.

Tijdens de marathon gingen de gels vlot binnen en bleef haar energiepeil stabiel tot ver voorbij kilometer 25.

Wat je niet oefent op training, werkt niet op raceday. Test voeding, timing en hoeveelheden ruim op voorhand.

Les 3: Start trager dan je denkt nodig te hebben

De eerste vijf kilometer moest ze zich bewust inhouden. De drukte bij de start hielp om niet te snel te gaan. Tot kilometer 25 voelde alles gecontroleerd. Ze genoot zelfs, voor het eerst écht, van een wedstrijd.

Maar de marathon spaart niemand. De “man met de hamer” meldde zich in de laatste 10 kilometer. Fysiek zwaar, mentaal nog zwaarder. Toch hield ze stand.

De marathon begint pas na kilometer 30. Alles daarvoor is energie sparen.

Les 4: Een blessureverleden vraagt extra respect voor de afstand

Halverwege doken scherpe steken op in haar scheenbeen, een oude blessure. Ze verdwenen gelukkig weer, maar het was een duidelijke waarschuwing.

Een marathonopbouw legt een enorme belasting op het lichaam. Zeker als je kwetsbare zones hebt.

Daarom kiezen we nu bewust voor een andere aanpak:

  • eerst terug kortere wedstrijden in het voorjaar
  • snelheid en belastbaarheid verbeteren
  • geen stappen overslaan

pas daarna opnieuw richting marathon

Een marathon is geen jaarlijkse verplichting. Bouw eerst een sterke basis uit over meerdere afstanden.

De finish: waarom we het toch doen

Toen ze haar drie kinderen langs het parcours zag, wist ze waarvoor ze het deed. En toen ze de finishlijn overstak, maakte vermoeidheid plaats voor euforie. “I did it.”

Haar jongste zoon fluisterde dat hij later ook een marathon wil lopen. Missie geslaagd!

Voor Liese was dit geen eindpunt, maar het begin van een sterker traject. Eerst korter, sneller en blessurevrij. Daarna opnieuw 42,195 km, maar dan nóg beter voorbereid.